Kinderen met faalangst

Kinderen met faalangst twijfelen aan hun eigen capaciteiten. De spanning zorgt ervoor dat de prestaties veel minder zijn dan mag worden verwacht.

Soorten faalangst

We onderscheiden drie soorten faalangst:

Cognitieve faalangst

Dit is faalangst, die te maken heeft met het leren. Iemand met cognitieve negatieve faalangst is bang voor negatieve beoordelingen en de gevolgen daarvan. Hierbij denk je dan aan activiteiten zoals een examen, proefwerk, spreekbeurt, beurt voor (in) de klas.

Positieve faalangst

Bij positieve faalangst is het resultaat goed, alleen zijn er negatieve gedachten vóór het presteren. Tijdens het presteren komen de positieve gedachten die betrekking hebben op de huidige taak. Na het leveren van de prestaties keren de negatieve gedachten weer terug. Een dergelijke combinatie van negatieve en positieve gedachten leidt vaak tot goede prestaties, maar kost erg veel energie, hier kunnen weer lichamelijke klachten uit voortkomen.

Sociale faalangst

Sociaal angstige kinderen hebben de behoefte aan het verwerven van een veilige eigen plaats. Kinderen trekken op school de hele dag met elkaar op in groepsverband. Voor de een is dat heerlijk, een ander kan het als behoorlijk minder prettig ervaren. Voor een doelmatige manier met klasgenoten optrekken is heel wat nodig. Je moet bijvoorbeeld weten hoe je een beetje meetelt in de groep. Of juist hoe je niet al te veel opvalt. Ook kunnen kinderen het moeilijk vinden om uitleg bij de leerkrachten te vragen of een antwoord te geven bij een vraag van de leerkracht.

Motorische faalangst

Er zijn kinderen, die er vreselijk tegenop zien iets met hun lijf te moeten doen. Bij het buitenspelen, voetballen op straat verloopt alles soepeltjes, maar tijdens gymlessen of wedstrijden, al is het maar een oefenwedstrijdje, zorgt de angst om te mislukken voor een verkrampte houding.

Herkennen van faalangst

Door goed te kijken en te luisteren naar leerlingen kunnen leerkrachten signalen opvangen, die wijzen op faalangst. Sommige kinderen hebben niet alleen last van lichamelijke reacties, zoals buikpijn, zweten, misselijkheid en hoofdpijn, maar ontwikkelen ook een eigen manier van denken.